Paaien en vissen

Blije karpers, boze zwaan

Alhoewel het nu buiten een schamele 12 ºC is, met een straffe wind, heeft de paai op veel viswateren in Nederland zich reeds voltrokken. Een vroegertje, mogelijk gemaakt door het stralende weer,  mogen we dit zeker noemen. Want normaliter begint de paai toch wat later. En ook dit jaar zal dit nog zo zijn, de diepere wateren en wat koudere gebieden van Nederland komen naar alle waarschijnlijk nog aan de beurt. Zolang de watertemperatuur van om en nabij de 18 ºC maar wordt bereikt in een deel van het viswater. Maar zo’n vroege paai biedt wel meer kansen tot het succesvol verlopen ervan.

Ik ben opgegroeid in de periode dat een gesloten tijd nog (lange tijd) van kracht was. Deze was ingesteld zodat de vissen rustig konden paaien zonder gestoord te worden. Op het moment dat deze werd afgeschaft was de norm om tijdens de paai even de visspullen weg te leggen. Een norm die onze Engelse collega’s nog steeds hanteren. In de loop der tijd zijn er veel karpervissers bijgekomen die nooit een gesloten tijd hebben meegemaakt. Zo werd er tijdens de paai steeds meer gericht op karper gevist, met een paar succesvolle technieken, die ik verder (in dit bericht) buiten beschouwing laat. Allemaal prima, ook tijdens de paai is er immers een vis te vangen. Maar wat schetst mijn verbazing, en als ik in mijn berichtenbox kijk ook van veel vismaten, er werd afgelopen week vaak midden tussen de paaiende karpers gevist. Misschien komt het door de Corona-drukte, waardoor er geen andere stekken voorhanden waren, ik weet het niet.

Een prachtig schouwspel

Tussen de paaiende karpers vissen, daar heb ik wat bedenkingen over. Ten eerste staan de swingers, pennetje, beetmelders, of wat dan ook, niet stil. Continue lijnzwemmers met een grote kans op een vals gehaakte karper als gevolg. Dit laatste heb ik helaas te vaak gezien. Daarbij vechten karpers tijdens het drillen instinctief om leven en dood, vooral de (ver)wilde(rde) exemplaren. Er is een verschil tussen moe en uitgeput, en dat laatste willen we voorkomen. De paai vergt immers al genoeg energie. En dan het mogelijke verlies van kuit of hom tijdens de dril en/of op de kant. Gewoon niet wenselijk. Daarom ga ik liever kijken naar de paaiende karpers en leg mijn hengel opzij. Buiten dat het een prachtig schouwspel is, is het een uitgelezen kans om enig inzicht te krijgen in het bestand. En het is allemaal maar van korte duur.

Maar terugkomend op karpers vangen tijdens de paai. Prima! Dat is mijn inziens wat anders dan tussen de paaiende karpers vissen. Karpers paaien vaak in de ondiepe gedeelten, voorzien van obstakels etc. Dan kan er prima gevist, en gevangen, worden op hetzelfde viswater daar waar de karper amper of niet paait. Vaak op de wat diepere gedeelten. Zeker op meren, kanalen en rivieren kan er zo altijd worden gevist, maar ook op de meeste vennen en putten. Zelfs in poldersloten is de paai vaak ergens op een geijkte plek, en zijn er genoeg stekken te vinden waar de karper niet paait. Niet alle karpers paaien over het algemeen namelijk tegelijkertijd. Tijdens de paai zie ik dus geen reden om niet op karper te gaan vissen, we moeten niet roomser worden dan de Paus. Maar niet midden tussen de paaiende karper, daar trek ik de grens. Gewoon mijn (uit ervaring opgebouwde) mening. Je mag het er mee eens zijn. Hoe dan ook, een ieder blijft zelf verantwoordelijk voor zijn of haar manier van vissen.