Wat is een MTL en hoe werkt het? - Karper Idee

Wat is een MTL en hoe werkt het?

 

Wat zou er gebeuren als de heren Newton, Archimedes en von Kármán samen ergens een weekje zouden gaan vissen en na afloop de handen ineen zouden slaan? Elk van deze wetenschappers van weleer zou in eerste instantie met zijn eigen en unieke blik naar de natuur kijken. Newton zou zich afvragen waarom de zware koelbox van zijn karper trolley afvloog toen hij (afgeleid door de appel die uit de boom viel) een iets te enthousiaste scherpe bocht maakte. Archimedes merkte, toen hij een zware karper in het water terugzette, dat de vis veel minder zwaar was dan tijdens de fotosessie die hem bijna zijn rug kostte en stelde voor om de vis opnieuw te gaan wegen. De wervels, duidelijk zichtbaar als kleine fascinerende draaikolkjes achter de wegzwemmende karper, prikkelden de fantasie van von Kármán. Hoe komt het dat zo’n kolos zich toch vrij gemakkelijk door het water kan verplaatsen? Zouden die waterwervels daar iets mee te maken kunnen hebben? En hoe zit het eigenlijk met de weerstand van voorwerpen die zich door het water voortbewegen, zo’n dikke vis zou toch niet vooruit te branden moeten zijn? Allemaal vragen die de heren wetenschappers bezighielden.
Van links naar rechts: Isaac Newton (1643–1727), Archimedes (212 v. Chr.) en Theodore von Kármán (1881–1963). Newton was een Engels natuur- en wiskundige en staat bekend om zijn theorie van de zwaartekracht. Archimedes, eveneens natuur- en wiskundige, ontdekte waarom voorwerpen kunnen drijven. Theodore von Kármán was een lucht- en ruimtevaart-ingenieur die baanbrekend onderzoek heeft verricht op het gebied van de aerodynamica.
Elk van hen viel een verschijnsel op dat één van de drie ingrediënten vormt van een interessante toepassing voor de boltrigvisserij: het massatraagheidslood of afgekort MTL. Aan mij de taak om zonder verstrikt te raken in ingewikkelde natuurkundige verhandelingen uit te leggen hoe het principe hierachter werkt en wat je ermee kunt doen. Alhoewel natuurkunde niet ieders favoriete vak op school was en bij mij de kwartjes pas één voor één vielen tijdens mijn studie Lucht- en Ruimtevaarttechniek, ontkomen we er niet aan om toch even stil te staan bij elk van de drie natuurkundige verschijnselen waarop (bij elkaar opgeteld) de werking van een MTL is gebaseerd: massatraagheid (Newton), opwaartse kracht (Archimedes) en de weerstand van bewegende voorwerpen in water (von Kármán). Gelukkig zijn ingewikkelde natuurkundige verhalen niet nodig om te begrijpen hoe een MTL werkt en hoe je zo’n gewichtje uiteindelijk zelf kunt maken. We zullen in het kort alleen die aspecten van de genoemde drie verschijnselen aanstippen die voor ons van belang zijn.
Massatraagheid

Iets met massa (ofwel alles in de natuur) heeft de neiging zich te verzetten tegen een verandering in beweging of beter gezegd: tegen versnelling. Een massa in rust wil het liefst op zijn plaats blijven en een massa die met constante snelheid beweegt wil dat het liefst zo houden (qua snelheid én richting). Deze eigenschap van massa wordt massatraagheid genoemd. In het dagelijks leven gaat er geen dag voorbij zonder dat je de effecten van massatraagheid aan den lijve ondervindt. De wat meer extreme voorbeelden spreken het meest tot de verbeelding: het bierkratje achterop de fiets dat rechtdoor gaat als je een bocht wilt nemen of het feit dat je in de auto bij plotseling remmen in je gordels hangt.

Opwaartse kracht

Als je een voorwerp onder water dompelt dan duwt dat voorwerp het water als het ware opzij. Het gewicht van de hoeveelheid water die hierbij wordt verplaatst is gelijk aan de naar boven gerichte kracht die het voorwerp ondervindt. Deze kracht wordt opwaartse kracht genoemd en de wet die dit verschijnsel beschrijft staat bekend als de wet van Archimedes. Iets met een groot volume betekent dus een grote opwaartse kracht en andersom.

Stromingsweerstand

De weerstand die door water bewegende voorwerpen ondervinden laat zich het best illustreren aan de hand van een plaatje.
We gaan uit van een vlakke plaat (E) die loodrecht in de stroming staat en noemen de weerstand die de plaat ondervindt voor het gemak even 100. In diezelfde stroming plaatsen we nu een aantal basisvormen waarvan de oppervlakte van de grootste dwarsdoorsnede gelijk is aan de oppervlakte van de vlakke plaat; op deze manier kan je de weerstand van de verschillend gevormde voorwerpen met elkaar vergelijken. Alhoewel je misschien zou verwachten dat de vlakke plaat de meeste weerstand van het stromende water ondervindt, blijkt dat een halve bol met de platte kant tegen de stroming gericht (F) een nog grotere weerstand heeft (maar liefst 126). Draai je de bol om (D) dan daalt de weerstand flink (32). Een nog lagere weerstand heeft een bol (C) op de voet gevolgd door een druppelvorm (B) in de oriëntatie zoals te zien is in de figuur. De klap op de vuurpijl is de druppelvorm (A) die zijn dikste gedeelte tegen de stroming richt – zo ziet een wedstrijdpen er dus uit en het is niet toevallig dat vrijwel alle vissoorten deze druppelvorm hebben.

Stroomlijnen en loslating tijdens een penalty. Een van de redenen waarom een voetbal in een windtunnel wordt onderzocht is om na te gaan wat de invloed van de stiksels is op het gedrag van de bal. (Bron: NASA Ames Research Center)

Waardoor worden deze verschillen in weerstand nu eigenlijk veroorzaakt? We krijgen toch geen beet dus laten we een potje gaan voetballen op het grasveldje achter de tent. Op de foto hiernaast is een voetbal te zien die in een windtunnel wordt onderzocht. Je ziet duidelijk hoe de lucht om de bal stroomt; de lucht ‘plakt’ aanvankelijk aan de bal en volgt de bolvormige contour. Dit wordt een stroomlijn genoemd en als die stroomlijnen het oppervlak van de bal nu maar netjes blijven volgen dan is er niets aan de hand: de bal ondervindt weinig luchtweerstand en zal tijdens zijn vlucht snelheid en richting zo lang mogelijk behouden. Maar in werkelijkheid gebeurt er (helaas voor de voetballiefhebbers) iets anders. Volgen de stroomlijnen aanvankelijk nog braaf de contour van de bal, een stukje verderop is dat afgelopen en veranderen ze in een rommelig spaghetti-patroon. Dit wordt loslating genoemd; het spaghetti-patroon heet een zog en bestaat uit wervels. Zo’n verzameling wervels is de oorzaak van de luchtweerstand die de voetbal ondervindt.
Het gemak waarmee wervels ontstaan (en dus loslating) is de verklaring van de verschillen in waterweerstand van de diverse basisvormen uit de figuur. Deze weerstand wordt in ons geval hydrodynamische weerstand genoemd omdat het zich in water (hydro) afspeelt en zoals we gezien hebben varieert dit bij de basisvormen van 8 (druppelvorm of visvorm) tot en met 126 (halve bol met platte kant tegen de stroming gericht). Het wervelpatroon achter het stromingslichaam wordt een von Kármán vortex street genoemd en de richting waarin de wervels hierin ronddraaien (linksom en rechtsom) bepaalt of een voorwerp weerstand ondervindt of juist niet. Nu ondervinden alle statische voorwerpen weerstand, behalve… een vis! Doordat een vis met zijn staart een zwemmende beweging maakt gaan de wervels in de von Kármán vortex street ten opzichte van een gelijksoortig statisch voorwerp de andere kant op draaien waardoor er een voortstuwende kracht ontstaat. Het wervelpatroon achter een zwemmende vis wordt een reverse von Kármán street genoemd en stelt een vis in staat om vooruit te komen. (Ik kan me zo voorstellen dat ontwikkelaars van kunstaas hier gebruik van maken.)

(Bron: Drucker & Lauder, 2007; A review of fish swimming mechanics and behaviour in altered flows.)
(Bron: Drucker & Lauder, 2007; A review of fish swimming mechanics and behaviour in altered flows.)
Hoe werkt een MTL?

Door het volume van een gewichtje te vergroten zal zijn gewicht onder water afnemen ten gevolge van de opwaartse kracht. Het grotere volume betekent ook een groter oppervlak waardoor het gewicht dat op de bodem drukt wordt uitgesmeerd over een groot oppervlak met als gevolg dat het wegzakken in de modder wordt voorkomen. Nu mag het gewicht onder water erg laag zijn, maar de massa verandert niet. Dus een 80-grams MTL die bijvoorbeeld met een kracht van 15 gram op de bodem drukt heeft nog steeds een massa van 80 gram. Toegepast in een boltrig systeem zal een aanbijtende vis de MTL in beweging zetten terwijl de MTL het liefst op zijn plaats wil blijven (massatraagheid). Hieruit volgt een kracht die, afhankelijk van de snelheid van de aanbeet, de volle laag weerstand zal geven die een veelvoud is van een (in dit voorbeeld) 15 grams gewichtje.

De opwaartse kracht vermindert het gewicht van een voorwerp onder water. Door met de grootte van de rode en de blauwe pijl te spelen kan je precies maken wat je wilt hebben: zinkend, zwevend of drijvend.

Stromingsweerstand komt om de hoek kijken juist bij MTL’s in de vorm van een halve bol. Een dergelijke MTL ligt altijd met zijn platte kant naar boven gericht op de bodem en is zo geconstrueerd dat hij tijdens een aanbeet de neiging heeft zijn platte kant tegen de stroming te richten. Abrupte bewegingen tijdens de vroegste fasen van een aanbeet hebben daardoor weerstandseffecten tot gevolg die groter zijn dan die van een even grote vlakke plaat die door het water wordt getrokken. Op deze manier wordt het massatraagheidseffect kracht bijgezet door de beweging tegen te werken en zal de weerstand groter zijn dan op basis van massatraagheid alleen. De halve bol, die ik Stealth MTL heb genoemd, combineert alle genoemde natuurkundige verschijnselen in één – ze zijn allemaal even belangrijk. Bij een bolvormige MTL daarentegen zijn het juist het (grotere) massatraagheidseffect en de opwaartse kracht die het hem doen, terwijl stromingsweerstand hier van minder belang is.

Ruim 200 foto’s verder lukte het de afremming van een dalende Stealth MTL in beeld te brengen. Op deze foto is het wervelpatroon te zien dat voor weerstand zorgt. Een Stealth (halve bol) landt daardoor altijd zacht op de bodem. Door de vorm en het feit dat het gewicht zich aan de onderkant bevindt zal het oog altijd omhoog gericht zijn.

Zojuist hebben we gekeken naar het optreden van inhakingseffecten veroorzaakt door massatraagheid en stromingsweerstand, maar evenzo belangrijk is de manier waarop een MTL na de inworp naar de bodem beweegt. Verdwijnt een conventioneel karperlood in de modder door zijn grote inslagsnelheid, een MTL remt op een gecontroleerde manier af en zal een zachte landing op de bodem maken. Vooral een halve bol remt flink af omdat hij tijdens zijn reis naar beneden behoorlijk wat stromingsweerstand ondervindt (ongeveer twee keer zoveel als een even grote hele bol). De afdaling van zowel een Stealth (halve bol) als een bolvormige MTL is ‘gecontroleerd’ ofwel voorspelbaar omdat ze zó zijn ontworpen dat de meeste massa zich onderin bevindt. Bovendien zal de halve bol tijdens de afdaling zijn bolle kant naar beneden richten omdat hij de weg van de minste weerstand zal zoeken (die is met de bolle kant naar beneden gericht vier keer kleiner dan andersom). Een zachte landing is dus verzekerd en gecombineerd met een lage bodemdruk zal een MTL vrijwel niet kúnnen wegzakken in de blubber. Daarnaast zal een normaal loodje, nadat je hem uit de modder hebt getrokken, na verloop van tijd opnieuw in de prut verdwijnen; bij een MTL is ook dit verschijnsel zo goed als uitgesloten en zal het boltrig systeem zijn efficiëntie behouden.

Omdat het massatraagheidseffect juist van zich laat horen naarmate de versnelling groter is, zijn MTL’s ontworpen en getest als running boltrig. Er is immers een zekere mate van beweging nodig om een MTL wakker te schudden en dit bereik je bijvoorbeeld met een running systeem: een wegzwemmende vis zwemt het stukje vrijloop eruit waarna de stopper tegen het oog van de MTL botst. Hetzelfde effect wordt ook bereikt door gebruik te maken van een lange onderlijn die vast aan de MTL is gemonteerd; zo’n systeem heeft eveneens vrijloop aan boord, al hangt de grootte daarvan natuurlijk sterk af van de richting waarin de vis wegzwemt. We hebben twee soorten MTL’s (hele en halve bol) succesvol getest gebruikmakend van een running boltrig setup maar nog niet in de vorm van een vaste montage in combinatie met korte onderlijnen. Mijn gevoel zegt dat dit eveneens zal werken omdat er maar een kleine, abrupte beweging van de aanbijtende vis nodig is om het massatraagheidseffect te initiëren; daar is niet veel voor nodig zolang de beweging maar abrupt genoeg is. In geval van een vaste montage zal het hele effect zich in een fractie van een seconde afspelen, denk bijvoorbeeld aan het plotseling wegdraaien van de kop van de vis. In beide gevallen, dus als running- of als vaste montage, zal de karper moeten worden gestimuleerd om te bewegen (al is het maar heel eventjes). Een dicht voertapijt rondom het haakaas nodigt niet uit om weg te zwemmen en daarom is verspreid voeren aan te bevelen – de vis moet op zoek gaan naar het volgende lekkere hapje en zal daarvoor uit zijn luie stoel moeten komen.

Hoe het idee is ontstaan

In het voorgaande heb ik een drietal natuurkundige principes behandeld die bij elkaar opgeteld de werking van een MTL beschrijven. Daarom is het nu de hoogste tijd om eens in meer detail naar enkele ontwerpen en hun toepassingen te gaan kijken. Maar eerst: hoe is het idee ontstaan?
Het idee om gewichtjes te ontwikkelen die bovenop zachte bodems en wierlagen blijven liggen stamt vreemd genoeg uit de tijd waarin ik na 25 jaar weer was begonnen met freelinen en de boltrig systemen eventjes aan de kant schoof. Kennelijk vielen er puzzelstukjes op hun plaats want ik was me ervan bewust dat een deegbal zijn gewicht onder water vrijwel helemaal verloor en daar zat hem gelijk één van de voordelen van het deegbalsysteem: het (grote) aas bleef moeiteloos liggen bovenop zachte prut zoals modder en bodemwier. Het was dus niet langer nodig om harde stukjes bodem te zoeken want binnen zekere grenzen kon je ingooien waar je maar wilde. En dat heeft opvallend veel karpers opgeleverd op plekken waar zware conventionele loodjes hopeloos zouden wegzakken. Het deegbalsysteem bestond uit niet meer dan een lijn + een haak (dus geen lood) en de bal zelf was zo groot als een flink kippenei. De lekkernij had een gewicht van ongeveer 60 gram waarvan eenmaal onder water gedompeld er hooguit een gram of 10 overbleef.
Toen ik boltrigvissers, gestoken in waadpak bezig zag hun aas uit te lopen en het vervolgens tergend langzaam lieten zakken en er op bepaalde stukken van het water helemaal niet werd gewandeld vanwege de zachte bodem, begon er iets te dagen. Het moest mogelijk zijn om gewichtjes te maken die net als een deegbal een gram of 60 wegen zonder in de prut weg te zakken. Nog tijdens diezelfde sessie viel het laatste kwartje toen ik een kort en subtiel rukje aan de lijn gaf om te kijken of de deegbal nog aan de haak zat en voelde… weerstand. Bingo, de cirkel was rond! De deegbal had (weliswaar in een ander jasje) twee van de drie bouwstenen van de toekomstige MTL’s aan boord: het gewicht onder water verdween waardoor hij niet wegzakte en als ik een rukje aan de lijn gaf om te onderzoeken of hij nog aan de haak zat dan voelde ik weerstand. Eigenlijk heel frappant dat een freeline systeem stammend uit de begintijd van het karpervissen indirect aan de wieg stond van een geavanceerd boltrig systeem. Indirect, want het deegbalsysteem bracht massatraagheid en de opwaartse kracht in beeld waaruit de eerste MTL’s zijn ontstaan: de bolvormige Classic MTL.

Het basisontwerp: de ‘Classic’ MTL
Gelijk vis tijdens sessie nummer 1 met de Classic MTL

Het ontwerpen van een MTL is meer dan alleen het lukraak vergroten van het volume van een bestaand gewichtje. Zo ben ik trouwens wel begonnen, door bestaande bolvormige loodjes in een piepschuimbal in te bouwen. Nog los van de bewerkelijkheid en de duurzaamheid van een dergelijke constructie is het vrijwel onmogelijk om op deze manier precies datgene te bouwen wat je wilt hebben. Zoals gezegd zijn alle MTL’s ontworpen op basis van een running boltrig systeem; dan is het bijvoorbeeld van belang dat het oog omhoog wijst en zich niet in de modder begraaft. Gebruikmakend van piepschuim is dit moeilijk te realiseren en al helemaal niet in de vorm van een duurzame constructie.

Classic MTL’s met een massa van 80 gram en een gewicht van 15 gram onder water

Als je een MTL ontwerpt dan wil je de verhouding van het gewicht boven en onder water zelf kunnen bepalen, in welke combinatie dan ook maar binnen de mogelijkheden die er zijn. Bijvoorbeeld een MTL met een massa (en gewicht boven water) van 80 gram die onder water nog maar 15 gram weegt. Of eentje met een massa van 65 gram die onder water niet meer weegt dan een flinke loodhagel. Dat gaat niet lukken met polystyreen en in plaats daarvan maak je daarom gebruik van beukenhouten ballen waarin je, afhankelijk van wat je wilt hebben, bijvoorbeeld muntloodjes verwerkt. Dat polystyreen vrijwel niks weegt en een geringe massa heeft ten opzichte van hout is overigens geen voordeel maar een groot nadeel. De grotere massa van hout betekent namelijk dat je minder gewicht hoeft toe te voegen en dus handig gebruik maakt van het gewicht van het hout. En bovendien: door met de positie van de gewichtjes te spelen is het gedrag van de MTL helemaal naar wens af te stemmen want je kunt muntloodjes of stalen bouten op elke plaats in het hout inbouwen. Houten ballen dus.
De ronde, bolvormige MTL heb ik ‘Classic’ genoemd omdat het zo begonnen is. Gebruikmakend van beukenhout bleek dat er bruikbare Classics te bouwen zijn uit bollen met een diameter van 45 en 50 mm. Omdat deze MTL’s er allemaal hetzelfde uitzien maar qua werking wezenlijk van elkaar kunnen verschillen, duid ik ze aan met ‘8015’, ‘7510’, ‘7005’,‘6500’ enzovoorts. De eerste twee cijfers staan voor het gewicht boven water en de laatste twee cijfers geven het gewicht onder water aan (in gram). De Classics uit de 8015-serie bleken tijdens de eerste proefsessies gelijk vissen op te leveren en dat sterkte het vertrouwen om deze techniek verder door te ontwikkelen wat resulteerde in de meest geavanceerde MTL van het hele stel: de Stealth MTL.

De Stealth MTL

Spelen bij een Classic massatraagheid en opwaartse kracht de hoofdrol, een Stealth voegt daar nog forse stromingsweerstand aan toe. Fors, want de stromingsweerstand tijdens zijn reis naar de bodem is ongeveer twee keer groter dan bij een bolvormige MTL, terwijl in de eerste fasen van een aanbeet en de daarop volgende run de stromingsweerstand ruim zeven keer groter is. Ik heb dit wonderdingetje ‘Stealth’ genoemd om verschillende redenen. Ten eerste, toegepast op een zachte modderbodem, zal de onderkant de neiging hebben zich in te graven zodat alleen de platte bovenkant met het oog uit de troep steekt. Als daar nog een stoflaagje overheen gewapperd wordt dan neemt de zichtbaarheid van de Stealth zienderogen af.  Maar er zijn meer redenen. Zo is het een wolf in schaapskleren gebleken als het op weerstand aankomt. Draai je een traditioneel karperloodje gewoon binnen, met een Stealth lukt dat niet; die moet je net als een vis al pompend binnendraaien. We hebben 5525-modellen getest en dat resulteerde in snoeiharde runs. Het massatraagheidseffect is weliswaar minder dan dat van een Classic, maar kennelijk nog steeds groot genoeg. Daar wordt een stromingsweerstand bij opgeteld die er niet om liegt en het plaatje is compleet. Ook de Stealth is getest als running-boltrig omdat versnelling (voor de massatraagheid) en snelheid (voor de hydrodynamische weerstand) van cruciaal belang zijn – wat overigens niet wil zeggen dat het niet werkt met een vaste montage (één van de testdoelen voor komend seizoen).

Een wolf in schaapskleren. Op deze foto is te zien waar de stroming loslaat en de wervel begint. De Stealth beweegt hier met zijn platte kant in de richting van de blauwe pijl (tegen de stroming in) zoals dat het geval is tijdens de eerste fase van een aanbeet en de daaropvolgende run. De exacte positie van de bewegende MTL is hier met behulp van ellipsen zichtbaar gemaakt want op de originele foto was slechts een schim te zien. (Je kunt deze foto uitvergroten door erop de klikken.)

Bij Karper Idee hebben we een hele serie Stealth’s ontwikkeld die er allemaal hetzelfde uitzien maar die inwendig stuk voor stuk verschillen. Ze hebben allemaal een diameter van 5 centimeter, dat is de enige overeenkomst. Sommige modellen zijn voorzien van wat ik heb genoemd het oog van de Stealth; dit is een extra gewichtje dat in het hout verstopt zit met de bedoeling het kanteleffect te vergroten zodat de platte kant zich makkelijker tegen de stroming richt. Zo’n model heeft het liefst een niet-draaiend oog en de onderlijn vertrekt aan de kant van het oog (lees: het verstopte extra gewichtje). Alhoewel het geen ontwerpdoelstelling was heb ik het idee dat een dergelijke Stealth de neiging heeft om ‘bodem te scheppen’ tijdens de vroegste fasen van een aanbeet wat net als bij Albert Heijn een bonusweerstand oplevert. Stealth’s met een extra verstopt loodje zijn asymmetrisch qua bouw en dat is de A uit de benaming AF5525. De F slaat op een vast (fixed) oog waar de lijn doorheen loopt en zoals gezegd is 55 (gram) het gewicht boven water (en de onveranderlijke massa) en slaat 25 (gram) op het gewicht onder water. Een AT5525 is eveneens asymmetrisch maar heeft een draaiend oog (T = turn). Een dergelijke Stealth rekent af met de richting waarin de vis wegzwemt en zal door de asymmetrische gewichtsverdeling in combinatie met het draaiende oog alsnog ‘positie innemen’ ofwel zijn vlakke kant tegen de stroming richten. Stealth’s zonder stiekem ingebouwd extra gewichtje zijn per definitie symmetrisch omdat het enige ingebouwde gewicht precies (onderin) in het midden zit. Dat is bijvoorbeeld een ST5525: symmetrisch (S) met draaiend oog (T). Ook een dergelijke MTL zal de neiging hebben om de platte kant tegen de stroming te richten omdat de onderlijn nu eenmaal op diezelfde platte kant vertrekt. Ik heb bewust al deze verschillende modellen ontworpen om te kijken wat nu het beste werkt.
Zoiets is heel lastig te onderzoeken omdat de verleiding groot is om met een goed werkend model door te blijven vissen, maar mijn gevoel zegt dat de asymmetrische modellen in ieder geval goed zijn – mét en zonder draaiend (lijn)oog. Het is spelen met gewichtjes en eigenlijk ‘Walk The Edge’, naar een fantastische mix van Armin van Buuren. Het is grenzen opzoeken, ‘tot waar kan ik me dit-en-dat permitteren en vanaf welk moment werkt het niet meer’. Dat zijn Stealth’s. En dat is pionieren.

Verschillende soorten MTL's
Linksboven: Stealth MTL model AF5525. De witte stip is ‘het oog’ van de MTL: hierachter zit een gewichtje verstopt dat het draaien tegen de stroomrichting bevordert. Een optimaal effect wordt bereikt door de onderlijn te laten vertrekken in de richting van de blauwe pijl. Rechtsboven: De body van een asymmetrische Stealth, zoals de AF5525 (linksboven). Linksonder: Model AT5525, zoekt zijn positie tegen de stroming geholpen door het oog (witte stip) en draait daarbij om zijn as waardoor het niet uitmaakt in welke richting een aanbijtende vis wegzwemt. Rechtsonder: Een model zonder ‘oog’, de ST5525. Dit model is volledig symmetrisch en zal zijn platte kant zelfstandig tegen de stroming richten.

Los van het weerstandsgeweld tijdens aanbeten van deze halve bollen mag niet worden vergeten ze altijd en te nimmer een zachte landing op de bodem maken en vrijwel niet kúnnen verdwijnen in de zachtst denkbare modder. Want die 25 gram van bijvoorbeeld een AF5525 wordt uitgesmeerd over een vrij groot oppervlak zodat de bodemdruk een fractie is van dat van een conventioneel loodje. Ter vergelijking: een 5525-Stealth drukt ongeveer 12x minder hard op de bodem dan een standaard 56-grams loodje. Dat is genoeg om niet weg te zakken in prut, maar niet genoeg om bovenop wierstengels en (onderwater)bladeren van waterplanten te blijven liggen. Er is een experimentele MTL die dat wel kan: The Magic.

De toverbal: The Magic

We gaan toveren! In de praktijk is overduidelijk gebleken dat de Classic en Stealth MTL’s werken, maar onze toverbal moet nog in de praktijk worden getest. Wat ik al wel weet is dat snoek er verzot op is: één van de weinige testsessies met deze experimentele MTL leverde een aanbeet op van een snoek die een gehaktbal zag in de toverbal – helaas betekende dat het verspelen van de snoek en de zorgvuldig in elkaar geknutselde MTL. De bodemdruk van The Magic is ongeveer 300x lager dan een loodje met een vergelijkbare massa (65 gram) en het ontwerp is afgeleid van de Classic MTL (The Magic ziet er precies zo uit). Aan de buitenkant is het verschil niet te zien maar onder water gedragen ze zich totaal anders: The Magic weegt niet meer dan een flinke loodhagel. Net als voor elke andere MTL geldt ook hier dat zodra de toverbal in beweging wordt gezet massatraagheid in het vizier komt waardoor de ‘loodhagel’ zich gaat gedragen als een normaal 65 grams (of zelfs zwaarder) loodje. Is dat toveren of niet? Je kunt zo’n MTL dus neerleggen op letterlijk alles, zoals omhoog kringelende wierdraadjes waartussen je normaal gesproken niet kunt vissen. Of op een onderwaterblad van een lelie. Geen probleem, het kan allemaal.

Een tweetal Magic ’s die op een ondergedompeld doordrenkt stukje keukenpapier blijven liggen. De rechter MTL heeft een oog aan de zijkant voor toepassing met een chod rig. De linker MTL richt (net als de Classic en de Stealth) zijn oog altijd omhoog.

Ik ben ervan overtuigd dat The Magic vissen gaat opleveren, simpelweg omdat de massatraagheid het werk doet. De meest voor de hand liggende toepassing is een chod rig bovenop wier; dat kan een conventionele chod zijn of een naked chod. Dit zal geen problemen opleveren omdat de MTL zich zal ‘nestelen’ tussen wierdraadjes en op zijn plaats blijft (natuurlijk niet bij windkracht 10 of in een stromende bergbeek). Los van de chod weet ik uit de schamele praktijkervaring die we hebben dat er (weliswaar oplosbare) haken en ogen zitten aan deze MTL. Zo is het bij toepassing als conventionele boltrig van belang dat de onderlijn gestrekt blijft en de haak dus altijd wordt weggedrukt van de MTL. Combi-rigs, stiff-rigs en nylon of fluocarbon onderlijnen zijn dan een eerste vereiste. Waarom? Omdat de waterverplaatsing van een voorbij zwemmende karper de MTL in beweging zet waardoor een soepele onderlijn er als een nestje omheen kan draaien. Dat moet je niet willen, al zal onze vriend snoek er wel raad mee weten. Strekkende onderlijnen dus.
Een volgend punt van aandacht heeft grote overeenkomst met freelining: in geval van zijstroming, stormachtige wind, grote afstand of erg diep water, zal The Magic niet inzetbaar zijn. Omdat de elementen ermee aan de haal gaan. Met de bal zelf, maar ook de beetregistratie komt in het geding. En natuurlijk, een run zie je toch wel. Maar je moet enige vorm van contact met de MTL kunnen houden om te kunnen beoordelen wat daar beneden gebeurt. Problemen met stroming en wind kunnen worden opgelost door (indien mogelijk) met de stroming en de wind mee te gaan vissen; ik denk dat in zulke gevallen The Magic weleens heel goed inzetbaar kan zijn en tot verrassende resultaten kan leiden. Je kunt immers (net als met een deegbal) vrijwel overal ingooien zonder je druk te hoeven maken over wier en rotzooi op de bodem. En wat ik al die tijd vergeet te vertellen: ook deze MTL draait zijn oog automatisch omhoog. Gelet op de fabrieksinstelling (toepassing als running boltrig) is dit een vereiste waaraan sowieso wordt voldaan.
Een andere, eveneens interessante toepassing is het vissen met een pop-up direct boven The Magic (als vaste montage). Als de MTL dan een beetje wegdwarrelt tussen de wierstengels dan heb je naar mijn idee een killing systeempje om bovenop welk (bodem)wierbed dan ook te vissen.

En er is nog iets opmerkelijks: meer nog dan bij andere MTL’s gedraagt The Magic zich als multi-resistance lead. Net als de Classic is deze MTL bolvormig en daarom is de stromingsweerstand een mindere factor van belang. The Magic leunt op massatraagheid en het vrijwel geheel opheffen van zijn gewicht onder water. Dat betekent dat als deze MTL langzaam wordt voortgetrokken door een aanbijtende karper de vis weinig weerstand zal ondervinden. Slechts als de karper versnelt gaat de MTL evenredig met de versnelling steeds meer weerstand geven en dat is voor onze doorgewinterde geschubde vriend misschien wel de verrassing van zijn leven. Dus ik sluit niet uit dat in geval van dressuur The Magic weleens leuke resultaten kan opleveren omdat de MTL zich gedraagt als freeline systeem (weinig weerstand) en even later als boltrig systeem (veel weerstand) tijdens dezelfde aanbeet.

Het zelf maken van een MTL

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: bouw- en ontwerpinstructies zijn het onderwerp van een van de vervolgartikelen over MTL’s. Vanwege de omvang van zo’n verhaal (veel illustraties) maar niet in de laatste plaats omdat er (helaas) wat gerekend zal moeten worden. Heb ik in dit artikel nog elke formule handig weten te omzeilen, als je een MTL zelf wilt ontwerpen dan kan dat niet meer. Zoals ik al aanstipte is het bouwen van een MTL meer dan het lukraak inbouwen van gewichtjes in een houten bal, al is het natuurlijk geen rocket science. Je moet gewoon een paar dingen begrijpen. Er is namelijk veel mogelijk (dat maakt het zo leuk) maar er zijn ook beperkingen. Zo zijn de ontwerpen gebaseerd op halve en hele bollen met een diameter van 45 of 50 mm; dat is een beperking want met het gewicht en de opwaartse kracht hiervan zal je het moeten doen. Dat zijn constanten en de variabele factoren zijn de gewichtjes die je inbouwt waarmee je het gewenste gedrag van de MTL kunt realiseren.
Ook alle praktische aspecten van het bouwen zelf zal ik uit de doeken doen, bijvoorbeeld de te gebruiken lijm, het gereedschap, de verf etc. Maar ook adressen op internet waar je de houten ballen het best kunt bestellen. Kortom dit is het onderwerp van een vervolgartikel al zullen velen van jullie ook zonder zo’n instructie prima in staat zijn een MTL te bouwen.

Bij afwezigheid van een vrouw kan de waslijn zonder protest voor diverse andere doeleinden gebruikt worden. Bijvoorbeeld voor het drogen van net in de lak gezette MTL’s, freeline schuifloodjes en power pen gewichtjes.
Toekomstige MTL-projecten

Er ligt een hele stapel ideeën op de plank die verder uitgewerkt gaan worden. Dat is het leuke van het hele MTL-gebeuren want er zijn allerlei toepassingen denkbaar en de fantasie lijkt geen grenzen te kennen.
Zo wordt de bestaande Stealth-reeks uitgebreid met zowel een lichtere als een zwaardere variant. Ik ben vooral benieuwd naar een Magic Stealth die zijn gewicht onder water vrijwel geheel opheft. Dat is tricky want zo’n MTL zal uitsluitend weerstand geven op basis van vormweerstand omdat de massa minimaal is. We hebben besproken en gezien op foto’s dat die weerstand behoorlijk groot is als de stroming loodrecht op de vlakke kant staat. Het is een kwestie van uitproberen in hoeverre de stromingsweerstand in z’n eentje in staat zal zijn een prikeffect te bewerkstelligen. Als dit lukt dan kunnen ook Stealth’s worden toegepast op een extreem zachte ondergrond zoals een wierbed. Vooral de combinatie met een korte, gebogen en stijve onderlijn voorzien van een pop-up komt dan in beeld (direct boven de Stealth). Er valt ook wat te zeggen voor een inline Stealth omdat de lijn dan precies in het centrum gefixeerd is en van daaruit vertrekt. Zo’n MTL zal niet langer als running boltrig kunnen worden toegepast waarmee de overstap naar een vaste montage wordt gemaakt. Het grote voordeel van zo’n ontwerp is dat de vlakke kant zich tijdens een aanbeet als geen ander tegen de stromingsrichting zal richten en dat is precies wat we willen. De ontwerpuitdaging zit ’m vooral in de weg die de lijn door de MTL volgt; die maakt namelijk een rare kronkel omdat de lijn aan de onderkant naar binnen gaat en er boven weer uitkomt waardoor het (in rust) automatisch omhoog richten van de vlakke kant in het geding kan komen. Maar dit is oplosbaar.

Een druppelvormige inline Magic MTL met zijn dikste gedeelte richting haak heeft ten opzichte van een vlakke plaat met gelijke dwarsdoorsnede (100) slechts een stromingsweerstand van 8. Als deze (vaste) montage langzaam wordt verplaatst dan voelt de vis weinig weerstand en gedraagt het systeem zich (gelet op de weerstand die een aanbijtende vis ervaart) als freeline systeem. Bij abrupte bewegingen wordt het boltrig systeem wakker en deelt alsnog een prik uit.

Een ander interessant project loopt inmiddels en dat zijn de besproken Magic MTL’s. Alhoewel deze MTL’s zijn ontworpen als running systeem denk ik dat een vaste inline montage eveneens tot de mogelijkheden behoort. Zoals we gezien hebben heeft de bolvormige Magic uit zichzelf al hele sterke multi-resistance eigenschappen, maar je kunt het bereik hiervan vergroten door gebruik te maken van een druppelvorm waardoor de stromingsweerstand minimaal wordt. Dit is vooral van belang tijdens het (hopelijk zo kort mogelijke) ‘freeline gedeelte’ van de aanbeet om te voorkomen dat het aas voortijdig wordt uitgespuugd. Bedenk hierbij dat de druppelvormige, gestroomlijnde MTL onder water niet meer weegt dan een AAA loodhagel (ongeveer 1 gram) zodat bij rustig wegzwemmen de vis nauwelijks weerstand voelt. Vervolgens zal het systeem bij de eerste de beste abrupte beweging van de vis veranderen in een heuse boltrig – hoe kortdurend deze plotselinge beweging ook is. Het spreekt voor zich dat het wakersysteem bij een dergelijke opzet niet bestaat uit een zware of zelfs licht afgestelde swinger maar uit een zo licht mogelijk wakertje (maar net zwaar genoeg om beetregistratie mogelijk te maken). We begeven ons hier op het onontgonnen terrein van hybride systemen: de kruisingen tussen freeline- en boltrig systemen. Dat is een mooi onderwerp voor een volgende keer! Een andere leuke uitdaging is het laten zweven van een (MTL) boltrig in een waterlaag: de Zig MTL. De in hoogte verstelbare in de handel verkrijgbare zig’s maken gebruik van een met lucht gevulde dobber die de lijn strekt waardoor je op elke diepte met een zig rig kunt vissen. De functie van deze dobber is uitsluitend het leveren van drijfkracht want het met lucht gevulde drijflichaam heeft vrijwel geen massatraagheid aan boord (want lucht weegt niks). De vis prikt zich spontaan aan de vlijmscherpe haak en/of aan het zware lood dat meters naar beneden op de bodem ligt. Dit prachtige systeem is vooral in Engeland populair en heeft daar veel vis op de kant gebracht, maar er gaat ook veel mis. Het aantal aanbeten dat daadwerkelijk wordt verzilverd verbleekt bij de efficiëntie van boltrigs die op de bodem worden aangeboden, maar that’s part of the game. Als je nu de met lucht gevulde drijver vervangt door een bolvormige Classic MTL dan heb je niet alleen drijfkracht, maar ook massatraagheid in de buurt van je aas. Nu zal de drijfkracht van een dergelijke MTL verbleken bij die van de met lucht gevulde dobber, maar voor de massatraagheid geldt het tegenovergestelde. Het is theoretisch mogelijk om een Classic MTL met een massa van 55 gram en diameter van 5 cm te laten zweven in een waterlaag. Er blijft dan nog 10 gram aan drijfkracht over en hopelijk is dat net genoeg. De technische uitvoering is echter behoorlijk lastig, maar niet onmogelijk. Ik denk dat we een traploos in diepte verstelbaar systeem kunnen bouwen dat vanwege de geringe drijfkracht goed zal kunnen presteren in niet al te diep water (maximaal 2 meter). Maar daar staat dan wel een volwaardige zwevende boltrig tegenover.

Brainstorm Zig MTL

De mogelijkheden zijn eindeloos. Zo valt er wat te zeggen voor een modulaire MTL die je naargelang de toepassing zwaarder of lichter kunt maken. Bijvoorbeeld door er gewichtjes in te klikken of uit te halen. Zoals je nog zult lezen in het artikel over het zelf maken van MTL’s is dit een groot voordeel bij de bouw van The Magic. Het is namelijk ‘a Hell of a job’ gebleken om deze toverballen precies goed af te regelen; zo heb ik rekening moeten houden met het gewicht van de diverse verflagen dus dan weet je het wel. Erg moeilijk, maar simpel op te lossen met een modulair systeem. En überhaupt is het prettiger om slechts een paar MTL’s bij je te hebben die vrijwel alle situaties dekken waarin je met een MTL kunt vissen.

Did you know…
Tijdens de dril heft een MTL zijn gewicht zo goed als op waardoor het lijkt alsof je de karper met een vrije lijn drilt. Dit is het meest opvallend bij een Classic MTL (hele bol) omdat daarvan de stromingsweerstand erg laag is. Natuurlijk gaat deze vlieger niet op als de karper er vandoor schiet (massatraagheid) of de MTL boven water uitkomt. Maar in de rustige fasen van een dril waarbij de MTL onder water blijft lijkt er nauwelijks loodgewicht aan de lijn te zitten.
Met het oog op het aanstaande verbod van lood bieden MTL’s een oplossing: bepaalde modellen kunnen worden voorzien van staal. En, zoals we gezien hebben, kan het loodgewicht sowieso omlaag als de stromingsweerstand een handje helpt.
Het is niet mogelijk om (erg) ver te gooien met een MTL. Net als in water zal er ook in lucht weerstand ontstaan. Op gemiddelde afstanden kan er uiteraard gewoon ingeworpen worden, maar wil je verder dan zal je een voerboot nodig hebben.
Stealth MTL’s zijn niet vlot binnen te draaien; ze geven zó veel weerstand dat het net lijkt of je een flinke brasem aan de lijn hebt. Maar met dit doel voor ogen zijn ze ook ontworpen: stromingsweerstand en liefst zo veel mogelijk.
Het is onmogelijk gebleken om Stealth’s in de modder te laten verdwijnen. We hebben de zachtst mogelijke prut opgezocht en tevergeefs geprobeerd ze in de modder te begraven door ze met grote snelheid te laten neerkomen. Dat waren snelheden die in de praktijk trouwens niet voorkomen omdat een Stealth bij normaal gebruik keurig afremt. (Bij dit soort experimenten is gebruik gemaakt van spierwitte Stealth’s die goed zichtbaar zijn.)
Het is geen goed idee om een MTL in te zetten in situaties waarin het bodemwier tot de oppervlakte rijkt want het zijn wierverzamelaars ten top. Beperkt de wiergroei zich tot de bodem (en dat mag best een flinke laag zijn) dan gaat alles goed – sterker nog, het vissen in dergelijke omstandigheden is een van de ontwerpdoelstellingen van bepaalde MTL’s. Zo is het idee van The Magic trouwens ontstaan: tijdens het aanschouwen van een kansloze wiersloot waarin je tot voor kort nog goed kon vissen met conventionele systemen.
Ten slotte

Ik hoop dat dit artikel bij jullie de fantasie heeft geprikkeld. Het principe achter de MTL’s heb ik zo duidelijk mogelijk proberen uit te leggen zonder met formules en wazige grafieken te schermen. Het is een nieuwe techniek die werkzaam is gebleken maar die tegelijkertijd nog in de kinderschoenen staat. Het is een techniek die nieuwe mogelijkheden beidt, maar die net als elke andere vorm van karpervissen niet altijd en overal toegepast kan worden. Persoonlijk, in de rol van productontwikkelaar maar tegelijkertijd ook als karpervisser, denk ik dat het combineren van drie natuurkundige principes uit de schoolbankjes van weleer iets toevoegt aan het huidige beschikbare arsenaal karpervistechnieken. En het allerleukste? Iets ingooien waarvan je weliswaar weet hoe het werkt, maar niet óf het werkt en dan een run krijgen. Dat is (voor mij) karpervissen ten top…

Walter


Publicatiedatum 21-02-2015

Innovatief en creatief platform voor de karpervisser