Broodjeaapverhalen - Karper Idee

Broodjeaapverhalen

 

Soms kom je een bericht tegen dat gebaseerd is op een iets te voorbarige conclusie. Bijvoorbeeld stellingen die de wereld in geholpen worden op basis van anekdotisch bewijs, of die met geen mogelijkheid te verifiëren zijn. Maar er zijn ook, misschien nog wel meer, broodjeaapverhalen. Dan hebben we het over beweringen die gewoonweg niet kloppen, maar die o zo makkelijk een eigen leven kunnen gaan leiden. In dit artikel verzamelen we deze broodjeaapverhalen.


Karper, inheems of exoot?
Op diverse eeuwenoude schilderijen uit Nederland staat karper op afgebeeld – Titel: Visstilleven met karper en andere zoetwatervissen en visgerei / Vervaardiger: Pieter van Noort / Vervaardigingsdatum: 1615-1670 / Rijksmuseum Amsterdam

Te vaak horen we op sociale media groepen dat de karper een exoot is. Een enigszins gevaarlijke stelling met de huidige Europese regelgeving met betrekking tot de waterkwaliteit en het daaraan verbonden uitzetbeleid. En een stelling die niet waar is, een broodjeaapverhaal dus.

Sportvisserij Nederland heeft in het rapport Karper in Nederland een zeer gedegen onderzoek gedaan naar de Karper, en een heel deel van 42 pagina’s besteed aan de historie en verspreiding van onze geliefde vis. De resultaten uit de samenvatting over de integratie van de karper in Nederland luidt dat de karper in Nederland als een inheemse vis kan worden gezien. In een ander gerelateerd bericht noemen ze de karper zelfs net zo Nederlands als klompen. Mede doordat in de middeleeuwen natuurlijke kolonisatie via het Rijnstroomgebied zeer aannemelijk is, ondersteund door de toen geldende temperatuurpiek. Deel 1 (van 5) van dit rapport gaat specifiek over de historie en verspreiding van de karper. Alle delen zijn via de pagina interessante links en handige programma’s te vinden en te downloaden. Interessant leesvoer!

Rode lijn en de zichtbaarheid onder water

Steeds vaker komen we op sociale media en aan de waterkant vissers tegen die met rode lijn vissen. Op zich prima, maar vaak horen we als reden voor het gebruik van rode lijn dat deze onzichtbaar is onder water. Maar dit is niet het geval, een broodjeaapverhaal dus. Als je het alleen voor camouflage-doeleinden gebruikt is het dan ook niet de beste keus.

Rood licht valt als eerste weg uit het volledige lichtspectrum tijdens zijn weg door water. Je mag dan zeggen dat rood als eerste onzichtbaar wordt, een gegeven waar de commercie vaak gebruik van maakt. Maar de lijn zelf wordt niet onzichtbaar. Bij gebrek aan rood licht gaat rode lijn over naar lichtgrijs tot op den duur zwart. Een betere onzichtbaarheid dan bijvoorbeeld een grijze lijn heeft het dan ook niet, integendeel zelfs. Soms horen we, als tegenargument, dat door de troebelheid van het viswater rood sneller wegvalt. Maar dit verschijnsel staat los van de kleur van de lijn.

Hoe zit het?
  • Rood licht neemt tijdens haar weg door het water geleidelijk af tot 5 meter diepte, om daarna bijna geheel afwezig te zijn. Dit blijft een behoorlijke diepte en tijdens de eerste meters zal rode lijn dan ook gewoon als rood onderwater zichtbaar zijn. Zeker in ondiepe wateren hebben we maar al te vaak de rode lijn extra goed kunnen spotten, soms tot het aas aan toe, door de opvallende rode kleur.
  • Troebelheid van water zorgt ervoor dat het zonlicht wordt geabsorbeerd en gereflecteerd. De intensiteit van het licht neemt in troebel water dus sneller af dan in helder water. Dit gaat op voor het gehele spectrum van licht en is onafhankelijk van de kleur. Stel dat de troebelheid 50% lichtintensiteit per meter diepte is. Dan is op 2 meter diepte nog 50% van 50% = 25% lichtintensiteit over. Elke kleur, dus het volledige spectrum van het witte zonlicht, is dan 75% minder intensief. De rode lijn kleurt dus minder intensief maar wel gewoon rood. Net zoals bij alle andere kleuren het geval zal zijn.
  • Als het rode licht onder water geleidelijk wegvalt dan nemen we de rode lijn geleidelijk waar als rood tot lichtgrijs, donkergrijs en zolang er licht aanwezig is tot zwart . Dit komt omdat rood een elementaire kleur is (samen met geel en blauw), een kleur die op zichzelf staat en daarom meteen overgaat naar de ‘neutrale’ kleuren grijs en zwart. De overige, niet elementaire, kleuren gaan onder water eerst over in andere kleuren.
  • Het oog van de karper lijkt op die van mensen, deze bestaat namelijk ook uit staafjes en kegels. Door de kegels kan de karper bij voldoende licht uitstekend kleuren zien, waaronder ook rood.
Rode lijn karpervissen
Rode lijn gebruiken we vooral als we de lijn boven water willen zien

Is het dan verstandig om helemaal niet met rode lijn vissen? Nee hoor, er zijn omstandigheden dat je de lijn goed wilt zien boven water. En dan voldoet rode lijn prima, want het contrasteert namelijk uitstekend tegen groen. Soms is het handig tijdens het drillen om de lijn goed te kunnen zien. Of bij verticale systemen is het heel fijn als je de lijn goed kan volgen, zodat je goed kan zien of deze niet in een obstakel zit verward of iets dergelijks. En het is een veel gebruikte kleur bij roofvissers die vissen met kunstaas. Ook omdat ze de lijn goed willen kunnen volgen.

Echter, voor specifieke camouflage-doeleinden onder water zijn er veel betere oplossingen. Zoals een transparante lijn van nylon of fluorocarbon. Of een gekleurde lijn die gelijk is aan de kleur van de bodem, pure camouflage dus.

Ziektes en de onthaakmat

Op Facebook lazen we dat onthaakmatten ziektes zouden verspreiden, als argument om maar geen onthaakmat meer te gebruiken. Een broodjeaapverhaal ten top.

De kans dat er ziektes worden overgebracht door een onthaakmat is klein. De kans dat dit gebeurt met een schepnet is wat groter, maar ook bij netten is deze kans nog steeds klein als er in het water geen aantoonbare ziektes voorkomen.

  • Een onthaakmat blijft over het algemeen op de kant en komt niet direct in contact met het viswater. De kans op eventuele besmetting wordt alleen hierdoor al heel klein. Dit in tegenstelling tot een schepnet, die wel direct in contact komt met het viswater. Tenzij je niks vangt natuurlijk.
  • De structuur van een onthaakmat is glad, moeilijk doordringbaar voor bacteriën en droogt snel op. Hierdoor kan er gemakkelijk desinfecterend uv-licht uit de omgeving bij komen. Samen met de droge omgeving zorgt dit ervoor dat bacteriën zich niet kunnen delen en ten slotte afsterven. In een netstructuur, zoals bij een schepnet, gedijen bacteriën wat beter omdat ze in de vezel van het net kunnen doordringen die moeilijker opdroogt. Ook dringt er tussen de vezels minder licht door, waardoor uv-straling er moeilijker bij kan komen. Het is dus aan te raden om je schepnet af en toe uit te spoelen in een sopje en te laten drogen in de zon.
  • Een virus heeft een geschikte levende gastheer nodig om zich te verspreiden. Zonder gastheer, zoals bijvoorbeeld een karper, kunnen ze niks. In dood organisch materiaal kan een virus zich al niet voortplanten, laat staan in een onthaakmat. Voor een schepnet geldt hetzelfde verhaal. Daarbij komt nog dat een virus een soort eiwit is die bij enige verwarming al gauw het loodje legt.
  • Elk water is in meer of mindere mate besmet met bacteriën, virussen en parasieten, en de weerstand (gezondheid, balans) van het geheel (het ecosysteem), is bepalend of er al dan niet een ziekte uitbreekt. De kans op natuurlijke besmetting door watervogels, ratten en insecten (om maar wat te noemen) is vele malen groter dan door een onthaakmat die op de kant ligt.
  • Mocht je ergens hebben gevist waar (het vermoeden bestaat dat er) een ziekte heerst, dan is het uiteraard wel aan te raden om de onthaakmat, maar vooral ook je schepnet, in een sopje uit te spoelen en te laten drogen in de zon. Definitief ontsmetten kan met Halamid-d of Virkon S. Voorkomen is beter dan genezen, en is niks meer dan verantwoord vissen.
    Eigenlijk is het altijd een goed idee om af en toe je onthaakmat en schepnet uit te spoelen in een sopje; het voorkomt namelijk nare geurtjes en je spoelt zo ook vuil en zand weg waardoor je spullen langer meegaan.
  • Al het bovenstaande staat natuurlijk los van ziektes die uitbreken door het uitzetten van zieke of besmette vissen, wat te allen tijden voorkomen dient te worden.

Dus dat een onthaakmat ziektes verspreidt is een broodjeaapverhaal, en kan daarom nooit een argument zijn om geen onthaakmat te gebruiken. Neem dan ook meteen je schepnet maar niet meer mee.

Kreeften ‘verjagen’ door toevoeging van hulpstoffen aan je aas
Dat er hulpstoffen bestaan die de kreeft niet lust maar waar de karper wel verzot op is, is heel onwaarschijnlijk

Kreeften zijn de opruimers bij uitstek van organisch afval, ze struinen de bodem af op zoek naar dood of rottend organisch materiaal. Deze groep dieren, die onderin de voedselketen verblijven, hebben dus als functie om alles wat nog maar enigszins eetbaar is op hun pad te verteren. Dat er additieven (hulpstoffen) bestaan die de kreeft niet lust, maar waar de karper die veel hoger in de voedselketen staat wel verzot op is, is volstrekt onlogisch en dus heel onwaarschijnlijk. Dat zou namelijk de natuur op zijn kop zijn. Meldingen van additieven die de kreeft niet lust, of zelfs verjaagt, zijn nooit bewezen. Meestal zijn het vangsten van karper uit een water waar wel kreeft zit maar waar het (nog) geen plaag is, of gewoon broodjeaapverhalen die hun eigen leven zijn gaan leiden. Het is dus waarschijnlijk zonde van je tijd en geld om levertraan, koffie, kurkuma, knoflook (om maar wat te noemen wat we zoal horen aan de waterkant) door je aas of voer te doen. De enige die er blij van worden zijn de kreeften.

Toch is het heel goed mogelijk om karpers te vangen tussen de kreeften. In het artikel karpervissen tussen een kreeftenplaag staan de nodige tips.

Het verschil tussen massa en gewicht van loodvervangers

“Het inhakingsvermogen is afhankelijk van het gewicht onder water van de loodvervanger.” Dit is niet het geval, een broodjeaapverhaal dus.

Voor een juiste uitleg van het krachtenspel onder water is het ten eerste van belang dat we de juiste parameters benoemen met de juiste eenheden;

  • Massa (kg, kilogram) – gegeven, verandert nooit
  • Gewicht (N, Newton) – afhankelijke kracht

Een fundamentele denkfout die vaak wordt gemaakt is dat het inhakingsvermogen zou afhangen van het gewicht van de loodvervanger. Het gewicht hiervan onder water doet er niet toe, want het inhakingsvermogen hangt af van de massa van de loodvervanger. En die massa is onder- en boven water gelijk. Al weegt iets onder water 1 gram maar heeft het een massa van 65 gram, dan is er nog steeds sprake van inhakingsvermogen. Want zodra de massa in beweging komt (= versnelling, al is het maar voor korte tijd), dan oefent het gewicht een kracht uit volgens actie = – reactie en de grootte van die kracht volgt uit de tweede wet van Newton (F= m·a ofwel kracht = massa x versnelling). Het gewicht komt in dit krachtenspel niet voor en speelt geen enkele rol. Uit de massa volgt een kracht die, afhankelijk van de snelheid van de aanbeet, de volle laag weerstand zal geven die een veelvoud is van het gewicht. En de inhaking gebeurt tijdens het allereerste contact met de loodvervanger, de allereerste millimeters dus.

Puntgave schub gevangen met behulp van een MTL

Dit is uit de doeken gedaan in het artikel Wat is een MTL en hoe werkt het? Hier lezen we bijvoorbeeld dat we gewichten hebben gemaakt die onder water slechts 2 gram wegen, maar die inhaken als de beste alsof het gewone 65 grams gewichtjes zijn. Dit soort gewichten blijven letterlijk overal bovenop liggen, waardoor er allerlei nieuwe mogelijkheden ontstaan. En zo nog een heleboel toepassingen. Overigens zijn de MTL’s primair niet ontwikkeld als loodvervanger, maar ze kunnen uitstekend zonder lood gefabriceerd worden en dat is gelijk een groot bijkomend voordeel.

Het is overigens goed om te zien hoeveel loodvervangers er inmiddels op de markt zijn en dat velen daarvan goed bruikbaar zijn. Zoals uitgelegd is een loodvervanger van 65 gram net zo bruikbaar als een stuk lood van 65 gram. Er is dus leven na het lood! Natuurlijk komt er een stukje aerodynamica bij kijken als je wilt ingooien met bijvoorbeeld een steen. Maar de stromingsweerstand ervan is weer wat hoger. Dat laatste is trouwens bij een aanbeet alleen maar gunstiger. Maar het inhakingsvermogen blijft gelijk, of het nou een steen, tungsten, een zak aardappelen of een stuk lood betreft van gelijke massa. Het soortelijk gewicht van de loodvervanger is dus voor het inhakingsvermogen niet van belang.

Een graskarper is geen karper

Vaak horen we dat graskarpers ook karpers zijn. Vooral op sociale media lezen we foutief onderbouwde stellingen dat graskarper een karper is, een karpersoort zoals spiegels dat ook zijn (“anders heette het geen karper”). Maar een graskarper heeft niets te maken met de karpers waarop we (hier) vissen. Het is een andere soort vis.

Ten eerste ziet een graskarper er totaal anders uit; als belangrijkste kenmerken heeft deze geen bekdraden terwijl de karper er 4 heeft, geen uitstulpbare bek maar een eindstandige bek en geen lange maar een korte rugvin. Daarbij is een graskarper een herbivoor, terwijl een karper een omnivoor is. Tevens kan een graskarper zich alleen voortplanten in warmere streken. Ze komen oorspronkelijk uit Azië. Het is dus een exoot terwijl de karper dat niet is.

Geen karper maar een graskarper

Deze verschillen komen ten uiting in de wetenschappelijke Latijnse benaming van de soorten; schub- spiegel- leder- rijen- en boerenkarper = Cyprinus Carpio. Graskarper = Chenopharyngodon Idella. Het zijn dus verschillende soorten vissen die wel beide vallen onder de familie van karperachtigen (Cyprinidae). Net zoals giebels, voorns, brasems en vele andere vissen (waaronder dus de graskarper) onder deze familienaam vallen. Heb je een graskarper gevangen dan heb je geen karper maar een graskarper gevangen. Simpel gezegd, als je een brasem of voorn vangt zeg je toch ook niet dat je een karper hebt gevangen?

Zo af en toe een graskarper vangen vinden wij een mooie sport. Ze zijn sterk, snel en kunnen erg groot worden. Voor ons een welkome bijvangst.

Een pond is geen 453 gram

Een hardnekkig broodjeaapverhaal is dat de pond van 500 gram niet bestaat maar eigenlijk 453 gram is. Meestal vol overgave beweert door de jongere generatie vissers die, zoals het lijkt, weinig historisch besef hebben. De pond in Nederland bestaat wel degelijk en heeft een waarde van 0,5 kilogram. Van oudsher wegen we in Nederland karper in pond, een gemeengoed in de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig. En hedendaags wegen veel vissers, waaronder wijzelf, nog steeds de karpers in ponden. Waarschijnlijk is dit zo ontstaan omdat in de bakermat van het karpervissen, Engeland, de vissen in Engelse pond (lb, pound) worden gewogen.

Hoe zit het?

In 1820, toen in Nederland het metrisch stelsel werd ingevoerd, werd de waarde van het Nederlandse pond gelijkgesteld aan kilogrammen en werd op 0,5 kilogram bepaald. De pond die we in Nederland gebruiken is dus de metrische pond van 0,5 kg.

De metrische pond is een afgeleide eenheid, net zoals de metrische ons (0,1 kg). De grondeenheid (officiële SI eenheid) van het metrische gewichtsstelsel is kilogram (kg). Op weegschalen staat dus de onderverdeling in kilogram (kilo = 1000 dus per 1000 gram).

In Engeland doen ze het anders en gebruiken een geheel ander meetstelsel dan hier in Nederland (en sommige andere landen). In Engeland wordt er namelijk in lb gewogen. Lb staat voor een Engelse pond (pound) en is gelijk aan 16 ounce (oz). Omgerekend naar het metrische systeem komt dat overeen met 453 gram.

Kort samengevat is een metrische pond 0,5 kg en een Engelse pond (pound, lb) omgerekend 453 gram.

Alleen metrische opdruk

Op onze unsters en weegschalen waarmee de karpers worden gewogen staan vaak beide schaalverdelingen; zowel de metrische (kg) als de Engelse (lb). Maar niet altijd, de Engelse producent Reuben Heaton heeft speciaal voor het buitenland modellen op de markt gezet met alleen metrische opdruk. Soms zijn deze voorzien met de kleuren van de nationale vlag van het land naar export.

Wil je na dit alles toch in Engelse ponden wegen als Nederlander? Geef het gewicht dan weer met de eenheid pound of lbs. Maar meet dan ook meteen de karper in inches op, dat is namelijk net zo dom.

Hedendaags zien we dat het gewicht van karper steeds vaker in kg wordt vermeld. En daar is wat voor te zeggen. In ponden weeg je immers ook in kg maal factor 2. Tevens zijn de karpers gemiddeld steeds zwaarder geworden. Een 20 ponder werd in de 20e eeuw als een ‘magische’ grens gezien, dat lijkt nu meer richting de 40 pond te gaan. Hierdoor blijft de verdeling van het gewicht (het aantal stapjes of nauwkeurigheid) hetzelfde als vroeger. De pond wordt ook steeds minder gebruikt omdat het een niet officiële afgeleide eenheid betreft en geen SI eenheid. En een internationaal gebruikte SI eenheid, wat de kilogram is, elimineert de nodige verwarring voorgoed.


Publicatiedatum 10-03-2021 / laatste update 29-06-2022

Innovatief en creatief platform voor de karpervisser