Freelinegewichtjes: informatie en fabricage - Karper Idee

Freelinegewichtjes: informatie en fabricage

 

Vissen met loodjes die vrij over de lijn kunnen schuiven. Een van oudsher beproefde methode om met licht aas op karper te vissen, met bijvoorbeeld particles, brood, maden en wormen.  Deze actieve manier van karpervissen hebben we nog eens goed bekeken van wat er zoal onderwater gebeurt, en wat daaruit noodzakelijk is voor een feilloze beetregistratie. Hieruit zijn freelinegewichtjes ontstaan die we in dit artikel nader zullen toelichten over de fabricage ervan en de theorie erachter.
Theorie
Een freelinegewichtje

Wat betreft de freelinegewichtjes, eerst even iets in zijn algemeenheid. Het is van belang dat het gewichtje tijdens de aanbeet op zijn plek blijft liggen. Wordt het loodje immers opgetild, dan betekent dat gelijk een forse hoeveelheid weerstand en dat is nou net niet de bedoeling. Voor je gevoel hoeft het loodje niet te zwaar te zijn als je dichtbij de kant vist, er hoeft immers nauwelijks geworpen te worden. Echter, de werkelijkheid is precies andersom: hoe dichter bij de kant en hoe dieper het water aldaar, des te zwaarder het loodje moet zijn om op zijn plaats te blijven liggen tijdens een aanbeet. Andersom, als wat verder weg wordt gevist, kan het gewicht iets naar beneden. Heel tegenstrijdig allemaal! Ik kan me een artikel van een bekende karpervisser herinneren waarin hij, om schuwe karpers te verleiden die dicht bij de kant zwommen, een werpgewichtje van 5 en zelfs 3 gram ging gebruiken in de veronderstelling goed bezig te zijn. Maar de karpers ‘beten niet door’ aldus het artikel. De enige reden dat de beten niet doorzetten was dat er ineens 3 tot 5 gram gewicht aan de karperbek bengelde. Dan heeft het lichte, 1 grams wakertje, ook geen zin meer natuurlijk.

Kortom: zorg dat de gewichtjes zich niet verplaatsen tijdens een aanbeet, dat is de crux. Dat betekent dat naarmate je dichterbij de kant vist er zeker niet voor een lichter gewichtje moet worden gekozen (al heeft dit ook te maken met de waterdiepte). De verklaring hiervan is het krachtenspel op het loodje, veroorzaakt door de hoek die de lijn met het oog maakt.

Freelinegewichtjes
Op de onderkant wordt het gewicht zowel boven- als onderwater aangegeven

En dan nu de gewichtjes zelf. Belangrijk is dat het oog zich altijd omhoog draait en zich niet begraaft in de modder. Zou je een handvol freeline gewichtjes als een dobbelsteen op de tafel gooien, dan komen ze allemaal tot stilstand met het oog omhoog. In het artikel over pengewichtjes, een kleine versie van de freelinegewichtjes speciaal voor het vissen met lichte pennetjes, is een filmpje te zien hoe we meerdere gewichtjes op een tafel gooien. Daarnaast moeten ze voldoende bodemdruk uitoefenen om op hun plek te blijven liggen. Ten slotte mogen ze ook weer niet te zwaar zijn: dan zou de lijn breken tijdens de aanslag. Met deze dingen in het achterhoofd hebben we een drietal gewichtjes ontwikkeld: 3015, 3020 en 4025. De eerste twee cijfers zijn het gewicht boven water (ofwel het werpgewicht), de laatste twee cijfers stellen het gewicht onder water voor. Dus een 3015 gewichtje weegt 30 gram waarvan er onder water nog 15 gram overblijft. Dit laatste is belangrijk voor de bodemdruk: die moet voldoende groot zijn om te kunnen blijven liggen tijdens aanbeten.

De muntloodjes die we gebruikt hebben zijn in de handel te koop

Voor het ontwerp van het loodje zijn drie dingen belangrijk: de opwaartse kracht van de houten bal, het gewicht van de bal en het gewicht van het (munt)lood. Door met deze drie dingen te spelen kan je gewichtjes naar wens ontwerpen. De muntloodjes die we gebruikt hebben zijn in de handel te koop in de gewichten 1/4, 3/8, 1/2, 3/4 en 1 ounce. Dus (afgerond) respectievelijk 7, 11, 14, 21 en 28 gram. Let op dat je niet onbeperkt lood kunt blijven toevoegen, omdat daarmee het draai-effect verloren gaat.
We hebben twee maten houten bal gebruikt: 25 en 30 mm. Dan kan je bijvoorbeeld dit maken:

3015; 30 mm bol met muntloodje van ¾ ounce. (Gewicht houten bol: 10 gram; opwaartse kracht bol: 15 gram; gewicht muntloodje 21 gram. Het rekensommetje is hier dus 10 + 21 -15 = 16 gram, afgerond 15 gram onder water en 10 + 21 = 31 gram, afgerond 30 gram boven water. )
3020; 25 mm bol met muntloodjes van ½ en 3/8 ounce. (Gewicht houten bol: 5 gram; opwaartse kracht bol: 8 gram; verder als zojuist uitgelegd.)
4025; 30 mm bol met muntloodjes van ¾ en ¼ ounce. (Gewicht houten bol: 10 gram; opwaartse kracht bol: 15 gram; verder als zojuist uitgelegd.)

Voor standaardomstandigheden is 3020 het meest geschikt (mooi gemiddelde voor veraf en dichtbij vissen). Compact ontwerp en meer lood kan er niet in omdat dan het oog niet meer automatisch omhoog draait. Ga je iets verderweg vissen dan zou een 3015 kunnen volstaan. Voor wat extremere gevallen is de 4025 ontwikkeld: ver gooien (werpgewicht van 40 gram) of heel dichtbij de kant vissen in wat dieper water (lood blijft op plaats).

De gebruikte wartels zijn vrij groot

De gebruikte wartels: die zijn vrij groot maar niet te groot zodat je nog een fatsoenlijke stopper kunt gebruiken. Ze draaien vrij rond. Feitelijk is de wartel doormidden gezaagd, afgedicht (het zaagvlak) en in de bol gelijmd. Let erop dat er geen lijm in de wartel komt. We hebben overigens ook 3015 loodjes gemaakt met een SIC-oog: werkelijk minimale weerstand! Zie dit als het laatste oog van je ‘hengel’ in plaats van het topoog…

Een werpgewicht van 9 gram, en eentje van 16 gram. Beide gewichtjes wegen onder water ongeveer net zo veel als een loodhagel.

Vissen met heel klein en licht aas
Ten slotte iets over freelinen met hele kleine/ lichte aasjes, zoals een trosje maden, een enkele maiskorrel of een boilie. Daar hebben we een werpgewicht voor gemaakt dat zijn gewicht onderwater zo goed als helemaal opheft. De bedoeling is nu juist wél dat het gewicht zich verplaatst tijdens een aanbeet, en zich gedraagt alsof het helemaal niet op de lijn zit. Het schuift vrij over de lijn en het gewicht verdwijnt onderwater zo goed als helemaal. We hebben er twee ontwikkeld: eentje met een werpgewicht van 9 gram, en eentje van 16 gram. Beide gewichtjes wegen onder water ongeveer net zoveel als een flinke loodhagel (0,8 gram). Op deze manier ben je dus in staat om kleine aasjes te werpen, en zodra de boel onder water ligt lijkt het alsof het werpgewicht verdwenen is. Echter: er moet wel sprake (blijven) zijn van een fatsoenlijke beetregistratie, een van de voorwaarden van freelinen. Dus pas je dit systeem toe met de wind mee of tijdens windstilte. Gebruik ook een zo goed mogelijk afzinkende lijn. Door een klein rukje aan de lijn te geven zal je, door de massatraagheid van het gewicht, hem toch eventjes ‘voelen’ – hiermee kan je heel subtiel de lijn ietwat strakker trekken.
Het maken van deze dingen gaat in principe net zo als de andere gewichtjes, voorafgegaan door een rekenklusje. Maar ze zijn heel erg moeilijk te maken, omdat zelfs het gewicht van de verflaagjes meetelt in het geheel.

Samenvatting
Samengevat gaat het erom dat de lijn ongehinderd door het oogje kan lopen, dat het lood niet nodeloos in de blubber wegzakt en ten slotte dat het gewicht in orde is zodat het tijdens een aanbeet niet wordt verplaatst:

  • Lijn ongehinderd door oog: relatief groot en draaibaar oog dat zich altijd omhoog richt.
  • Niet wegzakken: vrij groot plat oppervlak dat ook als zodanig op de bodem staat en aanzienlijk afgenomen gewicht onder water.
  • Gewicht in orde: wat zwaarder model voor dichtbij/dieper water (hoe tegenstrijdig dit misschien ook lijkt) en een wat lichter model voor ver weg. Massa niet groter dan 40 gram (is al aan de hoge kant) i.v.m. het kunnen aanslaan zonder dat je de lijn breekt. De bedoeling van dit alles is dat het gewicht tijdens een aanbeet op zijn plaats blijft.
Beetregistratie freeline wakersysteem

Als je het écht goed wilt doen, dan is in theorie, en alleen bij vissen met schuifloodsystemen, een vast op de lijn geklemde waker die vanaf het startoog letterlijk recht naar beneden loopt het beste qua weerstand die een aanbijtende vis voelt. Zo’n Korda ‘Stow Bobbin’ dus, alleen dan veel lichter. Maar dit is voor de freeline-puristen; een stukje alufolie tussen molen en startoog voldoet prima. Net zoals bij deegballen. In het artikel over de basisprincipes van freelining staat uitvoerig beschreven waar een goede freelinewaker aan moet voldoen.

Het zelf maken van deze gewichtjes in de notendop
  • De houten balletjes haal je bij de betere doe-het-zelf zaak. Bijvoorbeeld bij Opitec.
  • Gebruik géén ballen met een centraal gat; dit lijkt makkelijk, maar kan problemen geven bij het boren van de gaten.
  • Voor de freeline gewichtjes gebruiken wij massieve ballen zonder gat met een diameter van 25 en 30 mm.
    Wij hebben er muntloodjes in verwerkt: 1/4, 3/8, 1/2, 3/4 en 1 ounce. Hiermee kan je alle kanten op. Maar alles kan: een kop van een bout is ook een mogelijkheid.
  • Voor het boren van de gaten gebruik je een bankschroef en scharnierboren.
  • Vastlijmen: (Bison) 2K-lijm.
  • Wartel: doormidden zagen en snijvlakje afplakken zodat er geen lijm in de wartel kan komen. Nauwkeurig inlijmen met 2K-lijm, gat op de juiste plaats. De wartels die wij hebben gebruikt zijn ‘crane swivels’ in de maten 6/0 (voor grote MTL’s), 4/0 en 2/0 voor freeline gewichtjes. De leverancier is Midnight Moon.
    Dit zijn mooie, goed draaiende en dikdradige duurzame wartels. En wat groter, zodat ze makkelijker ingelijmd kunnen worden.

Dan ten slotte de afwerking; onderkant met loodjes met een schuurmachine afvlakken. Het geheel goed verven. Wij hebben er 5 lagen opgesmeerd (2 maal zwart, 2 maal jachtlak en 1 keer matte schoolbordenverf). Dit kan op meerdere manieren natuurlijk, het gaat erom dat ze geen water opnemen. Klaar!

Voorbeeldconfiguraties
3015; 30 mm bol met muntloodje van 3/4 ounce (gewicht houten bol: 10 gram; opwaartse kracht bol: 15 gram) ⇒ het makkelijkst te maken, slechts één gat boren
3020; 25 mm bol met muntloodjes 1/2 en 3/8 ounce (gewicht houten bol: 5 gram; opwaartse kracht bol: 8 gram)
4025; 30 mm bol met muntloodjes 3/4 en 1/4 ounce (zie foto)

Hierin stellen de eerste twee getallen de massa voor (gelijk aan het gewicht boven water), en de laatste twee getallen staan voor het gewicht onder water. Zo is bv. een 3015 een werpgewicht van 30 gram (kan je nog ver mee gooien ook), waarvan onder water nog maar 15 gram overblijft. Die 15 gram wordt ook nog eens verdeeld over een vrij groot oppervlak, waardoor het gewichtje nooit zal wegzakken. Doordat de meeste massa onderin zit (het muntloodje), zal de onderkant automatisch op de bodem komen te staan waardoor het oog naar boven wordt gericht. En dat is precies wat we willen!

Gewichtje gemaakt met een SIC-oog: werkelijk minimale weerstand!

Bovenstaand lijstje is een stappenplan hoe wij het gedaan hebben. Maar er zijn natuurlijk meerdere wegen die naar Rome leiden en het kan ongetwijfeld anders/ beter/ makkelijker/ sneller. Zoals een SIC-oog als alternatief voor een wartel, zodat het zo goed als afgelopen is met de lijnweerstand. Helaas is dit oog niet draaibaar.  Maar de kern van de zaak is niet het geschetste bouwproces, maar de drie uitgangspunten zoals die hierboven in de samenvatting beschreven zijn. Dat moet je zien te realiseren, bijvoorbeeld op de manier waarop wij het gedaan hebben.

Je zult merken dat door deze gewichtjes aanbeten veel vaker en zelfverzekerder doorlopen. Succes!

Walter


Publicatiedatum 14-05-2020 / laatste update 15-05-2020

Innovatief en creatief platform voor de karpervisser