De molenslip van de ABU 44, ABU 55 en de Shakespeare Sigma 2540 (artikel uit 1982) - Karper Idee

De molenslip van de ABU 44, ABU 55 en de Shakespeare Sigma 2540 (artikel uit 1982)

 

In dit artikel uit 1982 wordt de slip op de molenas behandeld van respectievelijk de ABU 44, 55 en de Sigma 2540. Alles is gebaseerd op eigen ervaringen (van 1978 t/m 1982) betreffende deze molens.

Soorten slipsystemen

Een wezenlijk onderdeel van de werpmolen vormt de slip. We hoeven niet uit te leggen wat een slip is, wel welke slipsystemen we tegenwoordig kennen. Globaal gezien kennen we 4 verschillende soorten slipsystemen, namelijk;

  • De schijvenslip in de molenspoel
  • De schijvenslip op de molenas (betreft dit artikel)
  • Een slipsysteem met de aandrukveer
  • Een slipsysteem op de molenkop

-De eerstgenoemde slip is eigenlijk het oudst. We vinden deze slip in vele molens, bijvoorbeeld de Shakespeare Ambidex 2410 enzovoort. Deze slip staat erom bekend dat hij uiterst nauwkeurig kan ingesteld, en we mogen rustig stellen dat dit de meest nauwkeurige slip is die gemaakt wordt.
-De schijvenslip op de molenas vonden we van oudsher op alle ABU molens. Sinds het patent op op deze slip is vervallen, vinden we tegenwoordig vele andere merken molens uitgevoerd met deze slip. Zo’n slipsysteem kan nauwkeurig werken, maar het is ook het slipsysteem met de meeste kuren! Op die kuren, die zich regelmatig voordoen bij ABU molens hebben we allerlei oplossingen gevonden, die we straks zullen bespreken.
-Het slipsysteem met de aandrukveer vinden we alléén in de Mitchell molens. Op zich is dit een goed slipsysteem, alleen kent dit systeem nogal wat schrik, maar toch kunnen we hier goed mee werken.
-Het slip systeem op de molenkop is vrij nieuw, en we vinden het bij Rioby molens. Ik heb totaal geen ervaring met zo’n systeem, dus daar kunnen we hier niets meer over zeggen.

We zullen nu voornamelijk de ABU slip van de Cardinal 44, 55 en de slip van de Shakespeare Sigma 2540 (officieel Sigma Supra 2500 model 040, in de volksmond Sigma 2540) behandelen, en eens nagaan hoe het komt dat deze slipsystemen op de molenas het nogal eens laten afweten.

De slip van de ABU 44, de ABU 44X en de ABU 4X
Alle drie de genoemde molens zijn in essentie precies hetzelfde. Het slipsysteem is dan ook in alle drie de typen identiek. ABU zei vaak dat het het slipsysteem bij de nieuwere versies had aangepast, zoals bijvoorbeeld bij de 4X, maar hiervan heb ik niets gemerkt. Niet in de praktijk en niet in de constructie. Bluf dus van de zijde van ABU. Maar deze slip is zéér goed bruikbaar, en we verwijzen naar de bouwtekening van de Cardinal 44, opgenomen onderaan dit artikel, naar de exacte slipconstructie.

De slip is opgebouwd uit een aantel metalen plaatjes en twee teflon plaatjes. Deze teflon gevallen hebben de eigenlijke slipfunctie. We zullen nu eens kijken naar het totale slipoppervlak van deze teflonschijfjes, zodat we straks de molens qua slipoppervlak met elkaar kunnen vergelijken.

We kunnen nu het oppervlak uitrekenen in mm² van zo’n slipschijf;

A = (Π • 7,5²) – (Π • 4²) = 176,71459 – 50,26548 = 126,449911 mm²

Deze oppervlakte is eigenlijk nog iets groter door de vorm van de slipschijf. We tellen hiervoor 6 mm² erbij, dus;

A = 126,449911 + 6 = 132,449911 mm²

Dit ronden we nog niet af, daar we hier een tussenuitkomst hebben voor de berekening van het totale slipopppervlak. De slipschijven van een ABU 44, twee stuks, slippen ieder aan twee kanten. Het totale slipoppervlak is dus 4 keer de bovenstaande uitkomst;

Totale slipoppervlak = 4 x 132,449911 = 529,79643 = 529,8 mm²

Voordat we kunnen vergelijken en voordat we enige conclusies trekken en iets zeggen over de kuren van zo’n slip berekenen we eerst de totale slipoppervlakken van de Cardinal 55 en de Sigma 2540.

Berekening van het totale slipoppervlak van een Cardinal 55

Oppervlakte van de slipschijf is nu gelijk aan (Π • r2²) – (Π • r1²) dus;

A = (Π • 9²) – (Π • 5,25²) = 254,496 – 86,590147 = 167,87885

En nu een vreemd gegeven van de Cardinal 55, namelijk er zitten drie slipschijven in. Maar deze slippen echter niet aan 6 kanten zoals je misschien zou verwachten. Ze slippen slechts aan drie kanten. Dus, aan drie kanten wordt er geslipt van de 6 kanten, zodat we het totale slipoppervlak kunnen berekenen;

Totale slipoppervlak = 3 x 167,87885 = 503,63656 mm² = 503,64 mm²

Berekening van het slipoppervlak van de Sigma 2540
Dit is wel een zéér vreemde en volstrekt onlogische slipconstructie. Een constructie, die wij beter kunnen bedenken dan de fabrikanten in Japan, maar goed.

We vinden in deze molen twee soorten slipschijven, een kleine rode en een iets grotere zwarte.
De kleine schijf slipt aan één oppervlak, theoretisch, en let wel, slechts één van de twee kleine schijfjes. De tweede zit er letterlijk voor … … in. Van de twee grotere schijven, zijn slechts twee slipoppervlakten effectief te noemen. U ziet, logischer kan niet.

De maten van de schijfjes staan hierboven gegeven, en ze zijn zo nauwkeurig mogelijk gemeten. En nu het totale slipoppervlak;

((Π • ½r3²) – (Π • ½r4²)) + 2((Π • ½r1²) – (Π • ½r2²))

Bovenstaande is vrij simpel, ga dit na met behulp van de algemene formule van de oppervlakte van een cirkel én met de gegevens uit de bovenstaande tekst.

Totale slipoppervlak = ((63,617251) – (38,48451)) + 2((213,82465) – (38451)) = 375,81302 = 375,81 mm²

Een problematische berekening voor een problematische constructie.

Maar goed, we hebben nu alle slipoppervlakken van de desbetreffende molens berekend, zodat we het één en ander kunnen gaan vergelijken.

Interpretatie van de gegevens
Op een rijtje gezet hebben we dus het volgende gevonden;

  • slipoppervlak Cardinal 44 = 529,80 mm²
  • slipoppervlak Cardinal 55 = 503,64 mm²
  • slipoppervlak Sigma 2540 = 375,81 mm²

Het grootste effectieve slipoppervlak heeft, vreemd genoeg, de Cardinal 44! Maar de praktijk leert, dat de slip van de Cardinal 55 véél beter werkt dan de Cardinal 44 en verwante typen. Wat moeten we hier nu mee? Wel, het materiaal waarvan de slipschijven zijn gemaakt verschilt wel! Namelijk, het materiaal van de slipschijf van de 55 is veel zachter en buigzamer dan het materiaal van de 44 slipschijf. En volgens mij zit het hem hier in, dat in de praktijk de Cardinal 55 beter functioneert dan de Cardinal 44.
Maar ik vind het persoonlijk absurd, dat in een Cardinal 55, met een totaal mogelijke effectieve slipoppervlakte van maar liefst 1007 mm² er slechts 503 mm² gebruikt worden!
De Cardinal 44 benut namelijk wel zijn grootst mogelijke effectieve slipoppervlakte. De situatie bij de Sigma 2540 is helemaal vreemd. In de praktijk werkt de slip van een Sigma 2540 beter dan de slip van een Cardinal 44, Maar ook hier, is het materiaal waarvan de slipschijven zijn gemaakt veel zachter en buigzamer dan het materiaal van de 44 slipschijven.

Conclusie
-Een buigzamer en zachter materiaal voor de constructie van slipschijven voor een slipsysteem op de molenas, voldoet in de regel veel beter dan een keihard, niet buigzaam materiaal.

Verbeteringen

We kunnen door wat extra metalen plaatjes bij de fabrikant te bestellen, het effectieve slipoppervlak van 1007 mm² makkelijk bereiken bij een Cardinal 55. Dan moeten er nieuwe plaatjes worden aangeschaft waarvan hier een schematische voorstelling is gegeven.

Dit geldt eigenlijk ook voor voor de slip van de Sigma 2540. Plaatjes van bovenstaand model kunnen óók in deze molen de totale effectieve slipoppervlakte vergroten. Wat ik stiekem niet begrijp, is waarom de fabrikant hier zelf niet opgekomen is. Hun zouden het toch moeten weten. Maar ja, je moet maar zo denken, als ze het wel doen dan hebben ze niets meer om te “verbeteren”, zodat ze de volgende keer niet met een zogenaamd verbeterde slip aan kunnen komen zetten. Uit commercieel oogpunt snap ik hun best, maar waarom moet een Cardinal 55 dan tegen de fl 200,- kosten per stuk?

Misschien wek ik de indruk dat ik niet tevreden zou zijn met de Cardinal 55. Integendeel zelfs, ik vind het een prima molen. De slip werkt echt fantastisch goed in de praktijk, ondanks die 503 mm² aan effectieve slipoppervlakte. Maar dat ligt volgens mij aan het mariaal waarvan de slipschijven zijn gemaakt. Zie vorige conclusie.

Opmerking
Vergroten van de effectieve slipoppervlakte kan betekenen dat de schrik van de slip toeneemt.

De Cardinal heeft zelden problemen met het functioneren van de slip. Maar als er lang mee is gevist, dan komen de problemen. De slip gaat schokken, loopt dus niet eer gelijkmatig, en hier hebben we niets aan!
De Cardinal 55 heeft hier heel weinig last van, de Cardinal 44 typen hebben veel meer last van dit euvel.
Wat doen we daaraan! De oplossing is vrij simpel: smeren van de slipschijven met grafietpoeder. Dit spul fungeert als een soort schuurpoeder die de remmende werking van de slip begunstigd. Doen we dit goed, en het systeem of de manier van werken laat ik aan de visser zelf over, dan krijgen we een perfecte slip! Wel moeten alle slipschijven uit de molen gehaald worden. Pas bovendien op dat er geen grafietpoeder in de tandwielen terecht komt, hetgeen mij niet zo leuk lijkt voor de levensduur van de molen.

Conclusie
Er zijn dus twee manieren om de werking van de ABU slip te verbeteren;

  1. Het vergroten van de effectieve slipoppervlakte op de beschreven manier. Dit is niet mogelijk bij een Cardinal 44, daar hier de effectieve oppervlakte al is bereikt. Bij een Cardinal 55 kan dit wel.
  2. Het regelmatig smeren van de slipschijven met grafietpoeder bevordert de werking van de slip in hoge mate. Wel iedere keer het oude grafietpoeder verwijderen, en in ieder geval de slipschijven uit de molen halen voor een nauwkeurige werking.

Als je een beetje door hebt hoe je met een ABU molen moet omgaan, en je weet hoe je de slip in prima conditie kan krijgen, dan ben je in het bezit van een prachtige molen. De molen is fantastisch, door bijvoorbeeld het de beugel, het lijn/opspoel mechanisme en ga zo maar door. Perfectie dus.

Vroeger, toen mij het verstand omtrent een ABU molen nog ontbrak, heb ik herhaaldelijk geprobeerd om de slip te smeren met smeerolie. Onzin natuurlijk. Je gaat de remmen van je auto toch ook niet met smeerolie behandelen, zie dan maar eens stil te staan! Met de slip van een ABU is het precies zo. Het is een rem op de lijn, om te voorkomen dat de lijn bij een van te voren ingestelde kracht breekt. En een rem moet je natuurlijk nooit met smeerolie behandelen. Ik zeg dit hier even omdat ik weet dat er mensen zijn die vandaag de dag hun ABU smeren met olie. Onkunde leidt tot brokken.

Voor knutselaars is het mogelijk om de ABU 44 slip evengoed te krijgen als de ABU 55 slip. Namelijk, we hebben gezien dat het materiaal zeer belangrijk is. Zie dan aan een stuk hard plastic te komen, dat toch redelijk buigzaam is, en in ieder geval zachter is dan de keiharde teflonschijven uit de originele ABU 44 slip. Knip of snij nu hieruit twee slipschijfjes, die je in de plaats van de teflon gevallen monteert. Vervolgens smeren met grafietpoeder en de slip is in theorie net zo goed als de slip van de 55. Of de praktijk dat ook uitwijst is nog maar de vraag, en ongetwijfeld is wat experimenteren hier wel op zijn plaats.
Leren slipschijfjes hebben geen zin, om de simpele reden dat deze niet meedraaien met de molenas. (Dit heb ik geprobeerd maar zonder succes wel te verstaan.) Let wel, leren slipschijfjes in een ABU 44. Leren slipschijfjes kunnen echter wel in een ABU 55, omdat de de slipschijven hier juist niet mee hoeven te draaien met de molenas!
Ik heb eens een ABU 55 van een vriend uit Roosendaal gerepareerd, met behulp van deze leren slipschijfjes. Het resultaat was verbluffend goed. Bij mijn eigen typen 55 is dit tot nog toe gelukkig niet nodig geweest. (Dat leren schijfjes goed werken bevestigd de theorie van het zachte schijfmateriaal weer eens.)

Bevestigingen van de zachte schijf theorie;

  1. Het slipoppervlak van een Sigma 2540 is kleiner dan het slipoppervlak van een ABU 44. Toch werkt de slip in een Sigma 2540 in de regel beter dan die van een ABU 44. In een Shakespeare Sigma 2540 vinden we dan ook zachte slipschijven. Dus de oorzaak zit hem in de zachte slipschijven.
  2. Hetzelfde verhaal van een ABU 55 vergeleken met een ABU 44
  3. Ook leren schijfjes kunnen prima werken. Leer is ook zacht. Maar geen leren schijfjes in een ABU 44, om de reeds bovenvermelde reden.

Tot zover over de constructies van slipsystemen op de molenas. Er is reeds gezegd dat een slipsysteem, bestaande uit een aantal schijven in de molenspoel, toch het beste werkt. De slip van een Ambidex 2410 is onverslaanbaar goed!
Maar de slip van een molenconstructie, zoals bij de ABU’s is dus in de regel minder nauwkeurig. Maar dat betekend niet dat deze systemen daardoor onbruikbaar zijn. Er is een soort nauwkeurigheidsgrens, die absoluut vereist is voor het karpervissen. Een goed behandelde slip van een ABU ligt boven die nauwkeurigheidsgrens. Dus zo’n molen is zeer goed bruikbaar. Het vergt alleen wat onderhoud. De slip van een slipsysteem in een molenspoel vergt in de regel geen of weinig onderhoud, dat wel.

In het vervolgdeel, praktijkervaringen met diverse molens, worden de negatieve en positieve punten van (onder andere) deze molens behandeld.

Walter (1982)

Bouwtekeningen


Publicatiedatum 02-11-2020 / laatste update 02-11-2020

Innovatief en creatief platform voor de karpervisser